Servië
Economische groei
Door een sterke binnenlandse vraag, een groeiende dienstensector met grote bijdragen van bedrijven in de detailhandel, de financiële dienstverlening en transport en communicatie, groeide het bbp in 2006 met 5,7 procent. De lonen stijgen, de banken verstrekken meer commerciële leningen en het aantal publieke investeringen groeit. Verwacht wordt dat de economische groei ook sterk blijft in 2007.
Inflatie
De inflatie in 2006 bedroeg 12,7 procent. Als oorzaken hiervoor worden de loonstijgingen, de hoger dan verwachte olieprijzen en de snelle daling van de nominale beurskoers genoemd. In het eerste halfjaar van 2007 daalde de inflatie sterk door de sterke dinar en het monetaire beleid van de centrale bank. Voor het vervolg van 2007 is de versoepeling van het fiscale beleid in het kader van de nieuwe begroting een mogelijk risico voor het in toom houden van de inflatie. De verwachting is dat de inflatie verder zal blijven dalen.
Buitenlandse investeringen
Bedroegen in 2005 de buitenlandse investeringen nog 1.247 miljoen euro, in 2006 stegen deze naar 3.487 miljoen euro. Het eerste kwartaal van 2007 liet een instroom van directe buitenlandse investeringen zien van 615,5 miljoen euro. Het merendeel kwam echter voort uit afspraken die in 2006 werden gemaakt. De verwachting is dat de buitenlandse directe investeringen zullen gaan teruglopen. Oorzaken voor de afname in buitenlandse investeringen zijn minder privatiseringen en de moeizame vorming van de regering. Hoewel de buitenlandse investeringen in 2006 nog stegen als gevolg van de geplande verkoop van een aantal commerciële banken, staan grote privatiseringsprojecten, zoals de verkoop van het staatsolie- en gasbedrijf Naftna Industrija Srbije (NIS), stil.
Arbeidsmarkt
Gedurende de jaren negentig werd de Servische maatschappij en specifiek de arbeidsmarkt sterk beïnvloed door externe factoren, zoals het uiteenvallen van Joegoslavië, de economische sancties van de VN en de EU en de militaire interventie van de NAVO in 1999. De arbeidsmarkt liet tijdens deze periode een daling zien in de economisch actieve bevolking (personen boven de 15 jaar). Vooral de werkgelegenheid in de formele economie daalde aanzienlijk. De daling van de economisch actieve bevolking in de periode tussen 1995 en 2003 bedroeg meer dan 400.000 mensen, waarvan 89 procent uit de formele economie. Sinds het uiteenvallen van Joegoslavië tot aan 2006 steeg de werkloosheid voortdurend. Volgens de Labour Force Survey bedroeg het werkloosheidspercentage in 2006 onder de totale bevolking 20,9 procent.
Marktsegmenten en koopkracht
Gedurende een decennium is Servië afgesloten geweest van de internationale economie, waardoor het zich nu in ongeveer dezelfde situatie bevindt als de andere transitielanden in het begin van de jaren negentig. Het is dan ook te verwachten dat buitenlandse investeerders en exporteurs deze markt verder gaan ontdekken, ondanks het beeld dat velen van hen van het land (door tien jaar continue burgeroorlogen) hebben. Toch zijn op economisch en juridisch terrein veel hervormingen doorgevoerd, waardoor het zakendoen in theorie goed gaat. In de praktijk komen problemen voor die in de andere transitielanden ook hebben plaatsgevonden.
De consumentenbestedingen nemen toe in Servië. De oorzaken hiervoor zijn de inkomensgroei en de toename in het verstrekken van particuliere consumentenkredieten door de banken. De inkomensgroei bedraagt over de eerste helft van 2006 6,7 procent en de verwachting is dat dit in 2007 en 2008 iets zal afnemen naar 5,5 procent. Deze groei komt voort uit een indrukwekkend herstel van de industriële sector en een voortdurende uitbreiding van de buitenlandse handel, financiële diensten, transport en communicatiemiddelen. Voor de komende periode zullen investeringen in geprivatiseerde bedrijven, een stevige consumentenvraag en een toename in publieke investeringen de groei van het reële inkomen blijven ondersteunen. Tegelijkertijd drukken acties van de Nationale Bank van Servië om de uitgifte van consumentkredieten aan banden te leggen het besteedbare inkomen van de consument. Stegen de particuliere kredieten in 2005 nog met 65 procent, in het eerste kwartaal van 2006 lieten de kredieten een groei van 30 procent zien. De verwachting is dat dit percentage in de loop van het jaar verder afneemt.
Het besteedbare inkomen in Servië is relatief laag in vergelijking met de EU-landen en de andere landen in Midden-Europa. De afgelopen jaren is de koopkracht van Servische consumenten verbeterd. Zo ligt het gemiddelde nettoloon in het tweede kwartaal van 2006 7,9 procent hoger dan in dezelfde periode van 2005.
Het maandelijks te besteden inkomen van een gemiddeld huishouden in Servië bedroeg in het tweede kwartaal van 2006 33.027 dinar (ongeveer 381 euro). Dit ligt 40 procent hoger dan in dezelfde periode het jaar ervoor. Door de toenemende consumentenprijzen is de toename in het reële inkomen slechts van symbolische waarde. In 2005 bedroeg de inflatie 17,3 procent en voor 2006 wordt een inflatie van rond de 12 procent verwacht. De verwachting is dat het beschikbare inkomen op de langere termijn zal blijven stijgen.
De maandelijkse uitgaven van een gemiddeld huishouden komen voor het tweede kwartaal van 2006 uit op 31.697 dinar (ongeveer 366 euro) en liggen daarmee 26,2 procent hoger dan in 2005.
© Eunite - Crossborder Consultancy for Central & Eastern Europe