Letland
| Oppervlakte | 64.589 km2 |
| Inwonertal | 2,3 miljoen |
| Hoofdstad | Riga |
Economische ontwikkeling
De Letse economie laat de afgelopen jaren voordurend hoge consumptiecijfers en economische groei zien. Het gevaar dat de Letse economie uit balans kan raken, moet niet worden onderschat. Een oplopende inflatie, de oververhitte arbeidsmarkt, torenhoge consumptie die gepaard gaat met groei van kredieten en het groeiende tekort op de lopende rekening, zijn factoren die voor een algehele oververhitting kunnen zorgen. Door de opgelopen inflatie schuift de invoering van de euro steeds verder op en wordt een officiële streefdatum niet meer genoemd. De euro zal zeker niet voor 2012 worden geïntroduceerd. Ondanks de genoemde punten van zorg zijn er grote verwachtingen voor de verdere ontwikkeling van de economische groei en is er vertrouwen van buitenlandse investeerders, die gepaard gaat met stabiele fiscale indicatoren. Over 2006 is het Letse bnp toegenomen met 11,9 procent, waarmee de Letse economie tot de snelst groeiende economieën in de EU behoort. Ook de financiële indicatoren uit de banksector signaleren een dynamische economische ontwikkeling. De banktegoeden zijn de laatste drie jaar met ruim 40 procent per jaar toegenomen en de winsten van de banken zijn aanzienlijk gestegen. Ook de vraag naar financieringen uit de private sector is de laatste drie jaar jaarlijks met bijna 40 procent gestegen. Opvallend zijn de grote contrasten. Een middenweg lijkt er niet te zijn: armoede versus rijkdom, letterlijk te zien op straat. Ook in de onderlinge vergelijking van de steden bestaan grote contrasten: Liepaja versus Ventspils. In de havenstad Liepaja lijkt de tijd te hebben stilgestaan en moet er nog veel gebeuren op economisch en sociaal-economisch gebied, terwijl de 100 km erboven gelegen havenstad Ventspils een toonbeeld is van economische herstructurering. Ventspils beschikt over een volledig gemoderniseerde infrastructuur en heeft een reeks fraaie collectieve voorzieningen, die zelfs voor West-Europese steden nauwelijks denkbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is het fraaie Olympische centrum. De Letse economie kent een omvangrijk zwart circuit, dat naar schatting tussen de 20 en 40 procent van het nationale product ligt. Er is sprake van een wijdverbreide praktijk van aanvullingen op het salaris (envelope money), die buiten het zicht van de fiscus worden gehouden en de officiële cijfers vertekenen.
Door de snel stijgende lonen, aangewakkerd door een krappe arbeidsmarkt door arbeidsmigratie vanuit Letland naar andere Europese landen, evenals door de inflatie, neemt het concurrerende vermogen van de Letse industrie sterk af. In het eerste kwartaal van 2007 is het Letse bnp gegroeid met ruim 11 procent, maar slechts 0,3 procent hiervan kan worden toegeschreven aan de volumegroei van de producerende industrie. In het eerste kwartaal van 2007 is de industriële productie nauwelijks met een procent toegenomen, waardoor de groei van de industriële productie sterk achterblijft bij die van het bnp. Deze teruglopende concurrentiekracht wordt grotendeels veroorzaakt doordat het loonpeil veel sneller stijgt (33 procent in het eerste kwartaal van 2007, de hoogste groei van de afgelopen jaren) dan de arbeidsproductiviteit (5 procent in 2006, vergeleken met 9 procent in 2005). In Letland stijgen de lonen zesmaal sneller dan in de Eurozone, terwijl de groei van de arbeidsproductiviteit juist terugloopt.
Inflatie
Over 2006 komt de gemiddelde inflatie uit op 7,8 procent. Omdat dit percentage ver buiten de grenzen van de Maastrichtcriteria valt, vereist een verder oplopen van de inflatie alle aandacht, temeer daar er ook inflatoire druk van de koppeling van de lat aan de euro uitgaat. Financieel analisten gaan ervan uit dat de inflatie over 2007 tussen 7,5 en 8,5 procent zal uitkomen.
Investeringsklimaat
Eind 2006 bedroegen de cumulatieve buitenlandse investeringen in Letland ruim 4,5 miljard euro. Dit komt neer op een gemiddelde van ruim 1.750 euro per inwoner. De directe buitenlandse investeringen over 2006 bedroegen 500 miljoen euro. De buitenlandse investeringen zijn vooral gericht op sectoren als handel (20 procent), financiële dienstverlening (17 procent), industrie (17 procent) en onroerendgoedtransacties (14 procent).
Werkgelegenheid
De sterk gedaalde industriële productie en de verminderde economische activiteit hebben begin jaren negentig geleid tot een substantiële stijging van de werkloosheid. Volgens de officiële cijfers komt het werkloosheidspercentage over de eerste helft van 2007 uit op 6,2 procent van de werkzame bevolking. Per regio verschilt de werkloosheid substantieel. De regio's die vroeger het meest waren geïndustrialiseerd, zoals het oosten en zuidoosten, hebben de hoogste werkloosheid. De regio Rezekne kent een werkloosheid van 28 procent, de regio Ludza 27 procent en de regio Balvi 25 procent. Op het platteland leven nog veel mensen van de opbrengst van het land. In de hoofdstad Riga profiteren veel werkzoekenden van de grote vraag naar arbeidskrachten als gevolg van de snelle ontwikkeling van de dienstensector. De werkloosheid in de hoofdstad Riga is laag en bedraagt officieel minder dan 3 procent.
Marktsegmenten en koopkracht
Met ca. 2 miljoen inwoners behoort Letland (samen met Estland en Litouwen) tot de kleinste landen van de Europese Unie. De laatste vier jaar zijn de salarissen in Letland met bijna 50 procent gestegen. Ondanks de sterk gestegen inkomens staan de Letten in toenemende mate rood. Het gaat beter met de economie en de Letten genieten er met volle teugen van. In het straatbeeld van Riga hebben Trabantjes en Lada's plaatsgemaakt voor de nieuwste westerse auto's. Als de Letten het geld er niet voor hebben, is lenen bijzonder eenvoudig geworden. De banken in Letland zijn bezig met agressieve campagnes om leningen en hypotheken aan de man te brengen. Dit zorgt ervoor dat veel Letten zich ondanks hun vaak bescheiden inkomens toch een koopwoning kunnen veroorloven. De florerende leencultuur heeft een keerzijde, omdat het reële gevaar bestaat dat veel Letten in de problemen komen als de lage rentes onverhoopt stijgen. Daarom verstrekken steeds meer banken geen 100 procent hypotheekkredieten, met name voor bestaande huizen of appartementen, meer.
© Eunite - Crossborder Consultancy for Central & Eastern Europe