Estland
| Oppervlakte | 45.227 km2 |
| Inwonertal | 1,3 miljoen |
| Hoofdstad | Talinn |
Economische ontwikkeling
De afgelopen jaren is de groei van het bnp in Estland in een stroomversnelling geraakt, waardoor de regering maatregelen heeft moeten treffen om de enigszins oververhitte economie te temperen. Over 2007 is de groei fors lager uitgevallen dan het voorgaande jaar; desondanks bedraagt de economische groei nog altijd een respectabele 7,2 procent. Voor 2008 en 2009 zal de groei van de economie eveneens lager zal zijn dan de voorgaande jaren. Naar verwachting zal de economische groei over 2008 zich stabiliseren rond 7 procent. Een lagere economische groei zal zorgdragen voor meer economisch evenwicht. De hoge economische groei van de afgelopen jaren veroorzaakte onevenwichtigheden, onder andere op de arbeidsmarkt, en werkte inflatieverhogend.
De kern van de economische activiteiten is vooral geconcentreerd in en rond de hoofdstad Tallinn. Hier overstijgt de vraag naar diensten, goederen en arbeid het aanbod, met prijsverhogende en inflatoire gevolgen. Er ontstaan problemen op de woningmarkt, doordat de sterk gestegen vraag op korte termijn niet in voldoende mate door nieuwbouw kan worden opgevangen. Arbeidskrachten van elders (uit het Russischtalige oosten van Estland, de steden Narva en Kohtla-Järve) kunnen zich geen bestaande (koop)woning of appartement veroorloven, temeer daar de woningen die zij zelf in andere delen van het land achterlaten, onverkoopbaar zijn geworden.
Een tweede onevenwichtigheid is de skill-mix van de arbeid. Hoewel er een grote werkloosheid heerst in het oosten van het land, is het aanbod niet in overeenstemming met de specifieke vraag.
Inflatie
De inflatie is de afgelopen jaren iets toegenomen. Met een inflatie over 2007 van 6,6 procent is de gevreesde verwachting dat de inflatie mede door de sterk gestegen olieprijs zou gaan oplopen, uitgekomen. De regering voert een economisch beleid dat is gericht op een stabiele economische ontwikkeling met een lage inflatie. Voor 2008 en 2009 zal de inflatie mogelijk verder toenemen tot 7 procent, voornamelijk als gevolg van stijging van lonen en prijzen.
Investeringsklimaat
De cumulatieve investeringen door buitenlandse bedrijven sinds de onafhankelijkheid bedroegen eind 2006 11,12 miljard euro. De cumulatieve buitenlandse investeringen per capita komen op 8.300 euro. Estland kent hiermee de hoogste buitenlandse investeringen per capita van Midden- en Oost-Europa. De directe buitenlandse investeringen over het jaar 2006 hadden een waarde van 1 miljard euro. De regio Tallinn blijkt de meest aantrekkelijke plaats voor buitenlandse investeerders met een aandeel van 80 procent van alle buitenlandse investeringen.
De Scandinavische landen vormen de grootste bron van directe investeringen in Estland. Zweedse bedrijven voeren de lijst van buitenlandse investeerders aan met 56 procent van de totale buitenlandse investeringen, gevolgd door Finse bedrijven met 19 procent. Op grote afstand op de derde plaats volgen de Verenigde Staten met 3,5 procent. Nederland staat met een aandeel van 3,1 procent op de vierde plaats.
Werkgelegenheid
Volgens opgave van het Estse ministerie van Economische Zaken zal de arbeidsmarkt in Estland de komende tijd jaarlijks groeien met 4.000 nieuwe arbeidsplaatsen naar een totaal van 623.000 arbeidsplaatsen in 2010. De meeste nieuwe banen ontstaan in de industrie en in de dienstensector, terwijl het aantal arbeidsplaatsen in de landbouwsector zal blijven dalen.
Sinds mei 2004 hebben de burgers van de lidstaten van de Europese Unie vrije toegang tot de arbeidsmarkt van Estland. De voorwaarden voor wonen en sociale bescherming zijn vastgelegd in de wetgeving van Estland en/of de Europese Unie. De arbeidsmarkt in Estland vertoont grote verschillen, niet alleen in regionaal opzicht maar ook qua opleidingsniveau. In de grotere steden is er inmiddels druk op de arbeidsmarkt ontstaan door de aanhoudende vraag naar personeel. In en rond Tallinn bijvoorbeeld is de werkloosheid bijna nihil en is er in een stijgend aantal sectoren eerder sprake van een arbeidstekort. De werkgelegenheid in de handels- en dienstensector stijgt aanzienlijk. Hoewel het opleidingsniveau meestal uitstekend is, is het door de grote vraag naar arbeid niet altijd eenvoudig geschikt personeel te vinden. Het bevolkingscijfer in Estland loopt al enkele jaren terug door een negatief geboortecijfer en door emigratie.
Volgens de meeste cao's is de gemiddelde werkweek in Estland 37 uur, maar in de praktijk is dat 39 uur. De totale wettelijke sociale premies bedragen 28 procent. Hiervan is tweederde bestemd voor sociale zekerheid en eenderde voor ziektekostenverzekeringen.
De brutosalarissen stijgen jaarlijks gemiddeld met 15 procent. Het minimumloon in 2007 bedraagt 180 euro per maand. Een werkloosheidsuitkering is de laatste acht jaar ongewijzigd en werklozen moeten in Estland zien te overleven met een uitkering van slechts 400 Estse kroon, omgerekend 25,60 euro. Bijkomend probleem is hierbij dat van werklozen nauwelijks verwacht kan worden actief achter werk aan te gaan, omdat ze niet eens in staat zijn van dit bedrag de kosten van openbaar vervoer te dragen.
© Eunite - Crossborder Consultancy for Central & Eastern Europe